Bood, Klaas

Oudkarspel, 27 augustus 1922 - Westzaan, 22 februari 2018

Klaas Bood, boerenzoon van een tuinder, werd geboren in Oud-Karspel in Noord Holland, maar woonde het grootste deel van zijn leven in de Zaanstreek. Al op de lagere school tekende hij veel en wilde hij graag kunstschilder worden. Van een gedegen opleiding hiervoor op bijvoorbeeld de Academie kon helaas geen sprake zijn. Bood moest al op jonge leeftijd aan het werk om financieel te kunnen bijdragen om het gezin te onderhouden. Als tekenliefhebber ging zijn voorkeur uit naar de Rijksnormaalschool om daar tekenlessen te volgen. Daar stak zijn vader een stokje voor.


Hij vertrok in de oorlog naar Duitsland. Na de oorlog beleefde hij een mooie tijd in de Elzas als tuinman van een Krankenhaus. Eenmaal terug in Holland leerde hij Truus kennen. Ze besloten hun toekomst samen in de Elzas voort te zetten. Maar Truus kon er niet wennen, zij keerden terug naar Oudkarspel om te gaan werken. In tien jaar tijd klom Klaas bij houthandel Eecen op tot werf chef. Later werkte hij bij Honig op het lab, later als voorman in de maïszetmeelfabriek. Klaas en Truus, inmiddels in Westzaan gevestigd, bezorgden diverse weekbladen en folders van de Noord tot de Veldweg. Toch stond de passie voor schilderen en tekenen centraal. Pas op latere leeftijd, hij was al in de veertig, ontstond de gelegenheid om alsnog meer tijd te besteden aan de schilderkunst. Klaas leerde etsen bij Peter Teeling. Dat ging niet gemakkelijk, op zolder boven een bak met zuur hangen was geen pretje. In 1967/68 doceerde Gerrit Woudt tekenen en schilderen met olie-verf. Gerrit ondervond al snel dat hij Klaas Bood niets meer kon leren.


Hij ontpopte zich als leraar van diverse kunstenaars, die nog immer van zijn kunde en kennis gebruik maken. Veel dorps- en streekgenoten zullen hem hebben gekend; met zijn typerende grote baard, op de fiets onderweg in het Zaanse met zijn schilderkist achterop gebonden. Vaak zat hij ergens te werken en legde dan menig plekje vast. De ene keer topografisch herkenbaar; de andere keer puur om op een milde wijze de schoonheid van de natuur te vangen. In zijn werk ging het vooral om de schoonheid van de zwijgende dingen. De natuur, een landschap of een stilleven. Bood wist ze stemmig te verbeelden, met veel aandacht voor kleur-nuancering en vlakverdeling. Zijn werk werd gewaardeerd, en soms al met nog natte verf gekocht.




Bron: o.a. De Wessaner en ZaanWiki